<p>Ester Bertholet</p>

Ester Bertholet

Niet te preuts met voeding

Voeding is een onderwerp dat vaak omgeven is door emoties. Mensen kunnen met hart en ziel verdedigen waarom granen, vet, zuivel, vlees, bonen, water of wijn ontzettend slecht voor je zijn of juist nooit zouden mogen ontbreken in je dieet. Ook lijken voedingsadviezen elk jaar te veranderen. Vorig jaar durfde je op klaarlichte dag geen witbrood bestellen. Dit jaar vragen mensen zich af onder welke steen je hebt gelegen als je niet weet dat volkorengraan geverfd is met moutsuiker én veel meer gluten bevat dan witbrood, dus zeker niet gezond is. Het is om moedeloos van te worden.

Mijn referentiekader bij voeding is dat ik probeer te begrijpen waar we vandaan komen en welk eten daarbij hoorde. Onze genen zijn afgesteld op de voeding die we miljoenen jaren gegeten hebben. Dus nog vóór de landbouwrevolutie 10.000 jaar geleden, toen we dieren zijn gaan houden en granen zijn gaan verbouwen. Ons afweersysteem reageert nog steeds op alles wat vervreemd is van de voeding van onze verre voorouders. Dat is geen vage theorie; je kunt in het bloed meten dat de hoeveelheid ontstekingscellen toenemen na de maaltijd. Zo hoort het, want vroeger ging er nog wel eens een wormpje of wat aarde mee naar binnen en daar moest ons lichaam meteen op reageren. In een theelepel aarde zitten immers méér bacteriën dan er inwoners op de aarde zijn.

Maar na een maaltijd met evolutionair gezien vreemde elementen, reageert ons lichaam veel heftiger. Als we veel producten eten met kunstmatige ingrediënten of resten van bestrijdingsmiddelen, krijgen we stofjes binnen die het lichaam evolutionair gezien niet kent. Daar ontsteekt het letterlijk van en daar kunnen we ziek van worden. De gedachte is steeds meer dat chronische ziekten zoals artrose of een depressie voor een groot deel veroorzaakt worden door deze lichte maar langdurige ontsteking.

Dus wat is gezond om te eten? Mensen waren oorspronkelijk planteneters, maar ze zijn geëvolueerd tot omnivoren, waardoor hun hersenen sterk zijn vergroot. Planten en ook vlees en vis zijn dus heel natuurlijk voor mensen om te eten. Maar dan wel vissen en vlees van dieren die gezond hebben geleefd en (ook) natuurlijke voeding zoals gras hebben gegeten in plaats van mais. Granen, bonen en zuivel kunnen we wel eten, maar het helpt als we deze laten voorverteren; dus laten weken of fermenteren, zoals bijvoorbeeld zuurdesembrood of yoghurt. Als je moeite hebt met het eten van zoogdieren en vogels, zou je kunnen overwegen om insecten op het menu te zetten. Dat klinkt wellicht niet aantrekkelijk. Maar we eten ook garnalen en in de hele wereld worden meer dan 1.900 verschillende insecten gegeten, dus laten we nou niet zo preuts doen. Uitstekende alternatieven zijn algen en wieren; onze eigen kust ligt er elke dag vol mee. En een beetje aarde op de biologische groenten is juist heel gezond. Hoewel ik eerlijk gezegd ook niet zo van het knarsetanden ben.

Tot slot, het gaat niet alleen om wát je eet. Maar zeker ook hoé je eet. Een ouderwets kruidenbittertje een uur vóór het avondeten, eten in prettig gezelschap met een gezellig gedekte tafel, niet met volle mond praten zijn allemaal factoren waardoor eten niet alleen maar lekker is, maar waardoor ook de spijsvertering goed op gang komt en die er dus voor zorgen dat het lichaam beter gevoed wordt. En daar ging eten oorspronkelijk vooral om: goed voeden.

Tekst: Esther Bertholet

Meer berichten