Food for Happy Ageing (deel 5)

Food for Happy Ageing is de naam van een onderzoeksprogramma waaraan door hogescholen en bedrijven wordt gewerkt. Het gaat over voedingsmiddelen die ons kunnen helpen langer gezond te blijven en op een gelukkige manier oud te worden, en die bijdragen aan een duurzame toekomst.

Vandaag vertel ik iets over gezonde voeding in het algemeen en over een aanpak gericht op de doelgroep “ouderen met risico op ondervoeding”. Over wat nu wel en niet gezond is kunnen mensen eindeloos discussiëren. Het geeft aan dat het ingewikkeld is. Maar wat gezond is heeft ook te maken met wie het eet, met andere woorden: over welke doelgroep we het hebben. Iedereen voelt op z’n klompen wel aan dat een pasgeboren baby andere voedingsbehoeftes heeft dan een topsporter, en zo geldt ook dat ouderen die dreigen kwetsbaar te worden hun eigen behoeften hebben waar maatwerk voor mogelijk is. 

Over het algemeen gelden de richtlijnen van het voedingscentrum: eet gevarieerd en met oog voor de schijf van vijf. Dat betekent dat we moeten opletten niet teveel koolhydraten (suikers; zetmeel) en verzadigd vet (vaak in dierlijke producten) te eten en ook moeten zorgen dat we niet teveel zout binnenkrijgen. Eiwitten daarentegen zijn juist belangrijk en datzelfde geldt voor vezels. Groenten en fruit bevatten daarnaast ook nog veel vitamines en mineralen die goed oplosbaar zijn in water. Vitamines die oplosbaar zijn in vet hebben we ook nodig en vinden we bijvoorbeeld in zuivel, noten, of in plantaardige oliën, en in die laatsten zitten (net als in visolie) gezonde vetzuren. Dan gaat het dus over de kwaliteit (de voedingswaarde) van ons voedsel. 

Over het algemeen hebben we over het aanbod niet te klagen in Nederland, al is de gewenste “bereikbaarheid voor iedereen” een lastig probleem: mensen met een smalle beurs zijn duidelijk minder af, en dat wordt er gezien de inflatie niet beter op. Kwalijk bijverschijnsel is dat fastfood en ongezonde vette en zoete snacks vaak juist erg goedkoop zijn: “lege” calorieën betekent dat die voeding teveel energie bevat (dat drukken we uit in calorieën) die we niet nodig hebben en waar we dik van worden, zonder dat er gunstige voedingseigenschappen tegenover staan. Het gaat dus niet altijd zozeer om de kwaliteit maar meer om de kwantiteit: de hoeveelheid. 

Nu kennen we in Nederland eigenlijk twee grote problemen als we het hebben over de hoeveelheid voeding die mensen eten: of we eten teveel, en dan met name teveel calorieën, óf, en dat is iets dat ouderen vooral aangaat, we eten te weinig. In het eerste geval loert overgewicht om de hoek, met alle kwalijke gevolgen op de lange termijn van dien: obesitas, gewrichtsschade, kans op diabetes type II, en daaruit volgend een verhoogde kans op onder meer hart- en vaatproblemen en sommige vormen van kanker. In het tweede geval treedt ondervoeding op, een ernstig onderschat fenomeen. 

Om doelgroepen optimaal te bereiken zijn nieuwe totaalconcepten nodig. De hele logistieke keten moet daarbij in ogenschouw worden genomen (van productie tot en met bezorging) en er zijn veel meer zaken (gezelligheid; samen eten, de tijd nemen, het lekker vinden) die van invloed zijn. Een zorgelijk voorbeeld is de doelgroep “thuiswonende ondervoede ouderen”. In Nederland is in 2012 al bepaald dat van de thuiswonende ouderen die thuiszorg genieten (bijvoorbeeld van een verzorgende die helpt met sokken aan- en uittrekken) maar liefst 35% ondervoed is. U leest het goed: één op de drie! En het grootste probleem is misschien nog wel dat men dit zelf niet ziet. Om hier iets aan te doen werken we met diverse hbo-, mbo-, zorginstellingen en foodbedrijven aan het project “Preventief Leer- en InnovatieNetwerk Tegen (PLINT) Ondervoeding”. Dit project is in november 2021 gestart met een unieke combinatie van experts die samenwerken. Zowel door wijkverpleegkundigen en andere zorgmedewerkers, mantelzorgers, ouderen zelf en ook veel studenten (hbo-V; maar ook koks en voedingstechnologen) wordt gewerkt aan het beter voorbereiden van de zorg op de toekomst, én aan voedingsconcepten op maat voor de doelgroep “thuiswonende ouderen met risico op ondervoeding”.

Om te kijken of dit allemaal de gewenste resultaten oplevert, wordt er vier jaar lang promotieonderzoek aan gedaan dat vanuit universiteiten en hogescholen wordt begeleid. Samen met alle betrokken professionals - het is werkelijk een superclub van toppers op dit gebied - zijn we op drie locaties aan de slag gegaan in de randstad. En dat is dan een voorbeeld waar ikzelf het nauwst bij betrokken ben, maar gelukkig wordt overal in het land steeds meer aandacht geschonken aan ondervoeding bij ouderen. En dat is maar goed ook, want we weten al meer dan tien jaar dat ondervoeding zwaarder op de economie drukt (mensen blijven langer ziek, liggen langer in het ziekenhuis en hebben meer zorg nodig dan wanneer ze goed gevoed zijn) dan de hele obesitasproblematiek bij elkaar. Voor velen is dat nog steeds een verrassend gegeven. Tot de volgende keer.

Feike van der Leij
Lector Health & FoodHogeschool Inholland
https://www.inholland.nl/onderzoek/onderzoekslijnen/health-food/

Meer berichten